Spring naar inhoud

Toogpraat

Toogpraat Cor Molenaar. Te Voet in de Stad. Hendrik Vanden Abeele

In De Morgen van 26 februari 2015 kun je een interview lezen met de heer Cor Molenaar, volgens de krant een gerenommeerde Nederlandse marketingprofessor. Het zou best kunnen dat meneer Molenaar een specialist marketing is, maar dat weerhoudt hem er alleszins niet van regelrechte toogpraat te verkopen.

Bijvoorbeeld lezen we:

“Steden hebben er alles aan gedaan om consumenten uit hun centra te weren. Ze hebben de auto verbannen, en kiezen voor de fiets. Dat is prima, maar dan moeten ze daar ook hun conclusies uit trekken: in het centrum kan er niet meer gewinkeld worden.”

Hoe krijg je het toch allemaal gezegd?

Welke stad heeft “er alles aan gedaan om consumenten uit hun centra te weren”? Waarom zouden ‘steden’ dat doen, en heb je het dan over stedelijke besturen? Toon mij één verslag van een gemeenteraad waarin zoiets te vinden zou zijn als “jongens en meisjes, we gaan de consumenten uit onze stad weren”? Geen enkele stad doet dat of wil dat doen.

Vervolgens, wie heeft er waar de auto verbannen? De auto is bijna overal nog steeds heer en meester tot en met. Elke stad heeft parkings in het hart van de stad, dus wat zit je nou te lullen (om het maar eens op zijn Nederlands te zeggen) over de auto verbannen? Als je ergens in de stad met je auto wil of moet zijn, dan kan dat. Je moet je misschien wel wat meer organiseren dan veertig jaar geleden, en je moet misschien wel eens een paar honderd meter verder te voet gaan om je doel te bereiken. Maar “de auto verbannen”? Hardly!

U vindt het prima dat steden “kiezen voor de fiets”? Zelfs dat is niet waar. Kom eens kijken naar het Damiaanplein in Leuven, op ongeveer 400 meter van het middelpunt van Leuven. Op dat plein vind je 36 parkeerplaatsen voor auto’s, en 0 (nul, zero) voor fietsen. Of ga kijken aan de ring rond de stad, waar fietsers nodeloos omwegen moeten maken, of waar fietspaden (zoals tussen de Mechelsepoort en het Artoisplein) gewoon afgeschaft zijn. Letterlijk: beste fietser, deze connectie tussen dit en dat punt, die is exclusief auto geworden, we hoeven je hier niet.

De conclusie van de heer Molenaar is dan: “In het centrum kan niet meer gewinkeld worden”. Ik kan niet geloven dat zoiets in een krant verschijnt in het jaar 2015. Dat is meer iets voor de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen nog gedacht werd dat ‘consumenten’ hetzelfde was als ‘automobilisten’. We zijn veertig jaar verder en nog steeds kunnen ‘specialisten’ in de krant deze onwaarheid blijven verkondigen. Hoezo kan er in het centrum niet meer gewinkeld worden? Geef daar eens een voorbeeld van? Ik woon dus in Leuven, en ik kan op dit ogenblik echt niets bedenken dat ik niet zou kunnen kopen binnen een straal van maximum 20 minuten stappen (te voet in de stad, jawel). Binnen die straal kan ik zelfs een auto gaan kopen. Dus waarom zou je zoiets zeggen? In het centrum van Leuven kan er, net zoals in alle andere steden, perfect gewinkeld worden, en het aanbod is veel groter dan in gelijk welk winkelcentrum (want het interview gaat ook deels over winkelcentra).

De heer Molenaar beweert ook: “wie met de auto gaat winkelen, koopt zeven keer zoveel als iemand met de fiets”. Die studie wil ik wel eens zien. Ik durf er om te wedden dat die vraagstelling compleet fout zit. Uiteraard, wie iets groots gaat kopen, die neemt de auto. Wie kleinere boodschappen te doen heeft, die neemt de fiets. Dat is op zich al logisch. Maar dan nog. Wist u, meneer Molenaar, dat er zoiets bestaat als boodschappen-aanhangwagens voor fietsen? Of zelfs bakfietsen — ook al is het misschien een scheldwoord geworden voor een bepaald type stedeling? Zelfs te voet kun je grote hoeveelheden boodschappen versjouwen, als je het maar wil doen. Voor enkele tientallen euro’s heb je een stijlvol (jawel) boodschappenkarretje, niets mis mee. En ook nog: hoe vaak ga je in de stad iets kopen wat zeven keer groter is dan wat je met de fiets zou kunnen mee naar huis nemen?

Overigens wordt in het interview met geen woord over het openbaar vervoer gerept. Als je iets wil zeggen over mobiliteit, ook al word je blijkbaar niet door enige kennis ter zake geremd, dan zou je me dunkt wel op zijn minst de indruk moeten wekken dat je weet dat er zoiets bestaat als treinen en trams en bussen. Aan het station in Gent, niet eens de grootste stad van Vlaanderen, stappen dagelijks meer dan 40.000 mensen de tram of bus op of af (dat is één beweging per seconde, de hele dag lang). Grote delen van die mensen zijn consumenten — nochtans geen automobilisten. (Bron: mobiliteit Gent.)

Het gaat dus helemaal niet op te zeggen dat de toenemende leegstand van winkels in onze steden te maken heeft met het zogezegd verbannen van auto’s. Die auto’s worden helemaal niet verbannen, en dat bepaalde types (helaas vèèl types) van winkels het in toenemende mate moeilijk hebben heeft helemaal niets met de auto te maken, dat staat overigens uitgebreid te lezen in de rest van het interview. Dat is dan ook de positieve noot waar ik mijn pamfletje mee kan afsluiten: in het interview staan ook enkele zinvolle en juiste uitspraken. Alleen, waarom tegelijk nog maar eens voeding geven aan die toogpraat over het verbannen van de auto, en aan dat klassieke maar foute beeld dat de consument een automobilist is of moet zijn?

Hendrik Elie Vanden Abeele

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: